dumpen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
dumpen
Uitspraak: /ˈdʏm.pə(n)/
Voorbeeld
Ze besloot haar oude spullen te dumpen.
Vervoeging
| ik | dump |
| jij | dumpt |
| hij | dumpt |
| wij | dumpen |
| jullie | dumpen |
| zij | dumpen |
Verleden tijd
dumpte / dumpen
Voltooid deelwoord
hebbengedumpt
Gebiedende wijs
dump
Voorwaardelijke wijs
zou dumpen
Toekomende tijd
zal dumpen