duwen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
duwen
Uitspraak: /ˈdywə(n)/
Voorbeeld
Hij moest de zware deur duwen.
Vervoeging
ikduw
jijduwt
hijduwt
wijduwen
jullieduwen
zijduwen
Verleden tijd
duwde / duwden
Voltooid deelwoord
hebbengeduwd
Gebiedende wijs
duw
Voorwaardelijke wijs
zou duwen
Toekomende tijd
zal duwen