dwingen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
dwingen
Uitspraak: /ˈdʋɪŋə(n)/
Voorbeeld
Hij probeert me te dwingen om te blijven.
Vervoeging
ikdwing
jijdwingt
hijdwingt
wijdwingen
julliedwingen
zijdwingen
Verleden tijd
dwong / dwongen
Voltooid deelwoord
hebbengedwongen
Gebiedende wijs
dwing
Voorwaardelijke wijs
zou dwingen
Toekomende tijd
zal dwingen