excuseren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
excuseren
Uitspraak: /ɛkskyˈzeːrən/
Voorbeeld
Ik wil me excuseren voor mijn fout.
Vervoeging
ikexcuseer
jijexcuseert
hijexcuseert
wijexcuseren
jullieexcuseren
zijexcuseren
Verleden tijd
excuseerde / excuseerden
Voltooid deelwoord
hebbengeëxcuseerd
Gebiedende wijs
excuseer
Voorwaardelijke wijs
zou excuseren
Toekomende tijd
zal excuseren