experimenteren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to experiment
Uitspraak: /ɛkspeːrimɛnˈterən/
Voorbeeld
Wetenschappers blijven experimenteren met nieuwe technieken.
Vervoeging
| ik | experimenteer |
| jij | experimenteert |
| hij | experimenteert |
| wij | experimenteren |
| jullie | experimenteren |
| zij | experimenteren |
Verleden tijd
experimenterde / experimenterden
Voltooid deelwoord
hebbengeexperimenterd
Gebiedende wijs
experimenter
Voorwaardelijke wijs
zou experimenteren
Toekomende tijd
zal experimenteren