familie
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
familie
Uitspraak: /faːˈmi.li/
Voorbeeld
Mijn familie komt morgen op bezoek.
Meervoud
families
Verkleinwoord
familietje