frank
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
frank
Uitspraak: /frɑŋk/
Voorbeeld
Hij betaalde met een oude frank.
Meervoud
franken
Verkleinwoord
frankje
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
frank
Uitspraak: /frɑŋk/
Voorbeeld
Hij was frank over zijn fouten.