gebruiken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
gebruiken
Uitspraak: /ɣəˈbrœy.kə(n)/
Voorbeeld
Ik gebruik mijn telefoon elke dag.
Vervoeging
| ik | gebruik |
| jij | gebruikt |
| hij | gebruikt |
| wij | gebruiken |
| jullie | gebruiken |
| zij | gebruiken |
Verleden tijd
gebruikte / gebruikten
Voltooid deelwoord
hebbengebruikt
Gebiedende wijs
gebruik
Voorwaardelijke wijs
zou gebruiken
Toekomende tijd
zal gebruiken