gedragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
behave
Uitspraak: /ɣəˈdraːɣən/
Voorbeeld
Hij weet niet hoe hij zich moet gedragen in een vergadering.
Vervoeging
ikdraag
jijdraagt
hijdraagt
wijdragen
julliedragen
zijdragen
Verleden tijd
gedragde / gedragden
Voltooid deelwoord
hebbengegedragd
Gebiedende wijs
gedrag
Voorwaardelijke wijs
zou gedragen
Toekomende tijd
zal gedragen
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
behaved
Uitspraak: /ɣəˈdraːɣə(n)/
Voorbeeld
Hij heeft zich goed gedragen tijdens de vergadering.