gelijk

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoordb1
Vertaling
gelijk
Uitspraak: /ɣəˈlɛi̯k/
Voorbeeld
Ze zijn gelijk in lengte.
Vergrotende trap
gelijker
Overtreffende trap
gelijkst
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
gelijk
Uitspraak: /ɣəˈlɛik/
Voorbeeld
Hij kwam gelijk naar huis.
bijwoorda1
Vertaling
gelijk
Uitspraak: /ɣəˈlɛik/
Voorbeeld
Hij kwam gelijk naar huis.