geven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
give
Uitspraak: /ˈɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Kun je me het boek geven?
Vervoeging
ikgeef
jijgeeft
hijgeeft
wijgeven
julliegeven
zijgeven
Verleden tijd
gaf / gaven
Voltooid deelwoord
hebbengegeven
Gebiedende wijs
gev
Voorwaardelijke wijs
zou geven
Toekomende tijd
zal geven