gezicht

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
gezicht
Uitspraak: /ɣəˈzɪxt/
Voorbeeld
Ze had een glimlach op haar gezicht.
Meervoud
gezichten
Verkleinwoord
gezichtje