goed

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
goed
Uitspraak: /ɣut/
Voorbeeld
Hij spreekt goed Nederlands.
bijwoorda1
Vertaling
goed
Uitspraak: /ɣut/
Voorbeeld
Hij spreekt goed Nederlands.