goedkeuren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
approve
Uitspraak: /ˈɣutˌkøːrə(n)/
Voorbeeld
De manager moet het plan goedkeuren.
Vervoeging
ikkeur goed
jijkeurt goed
hijkeurt goed
wijkeuren goed
julliekeuren goed
zijkeuren goed
Verleden tijd
goedkeurde / goedkeurden
Voltooid deelwoord
hebbengegoedkeurd
Gebiedende wijs
goedkeur
Voorwaardelijke wijs
zou goedkeuren
Toekomende tijd
zal goedkeuren