goedmaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
goedmaken
Uitspraak: /ˈɣutˌmaːkə(n)/
Voorbeeld
Hij probeert zijn fout goed te maken.
Vervoeging
| ik | maak goed |
| jij | maakt goed |
| hij | maakt goed |
| wij | goedmaken |
| jullie | goedmaken |
| zij | goedmaken |
Verleden tijd
maakte goed / maakten goed
Voltooid deelwoord
hebbengoedgemaakt
Gebiedende wijs
maak goed
Voorwaardelijke wijs
zou goedmaken
Toekomende tijd
zal goedmaken
Scheidbaar werkwoord