graven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
graven
Uitspraak: /ˈɣraːvə(n)/
Voorbeeld
De hond begon een gat te graven.
Vervoeging
| ik | graaf |
| jij | graaft |
| hij | graaft |
| wij | graven |
| jullie | graven |
| zij | graven |
Verleden tijd
groef / groeven
Voltooid deelwoord
hebbengegraven
Gebiedende wijs
graaf
Voorwaardelijke wijs
zou graven
Toekomende tijd
zal graven
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
graven
Uitspraak: /ˈɣraːvən/
Voorbeeld
De graven op het kerkhof zijn oud.