half

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
half
Uitspraak: /ɦɑlf/
Voorbeeld
Ik heb de helft van de taart gegeten.
Vergrotende trap
halver
Overtreffende trap
halfst
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
half
Uitspraak: /ɦɑlf/
Voorbeeld
Hij dronk een half glas water.
bijwoorda1
Vertaling
half
Uitspraak: /ɦɑlf/
Voorbeeld
Hij dronk de koffie half op.