hangen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
hangen
Uitspraak: /ˈɦɑŋə(n)/
Voorbeeld
De schilderijen hangen aan de muur.
Vervoeging
ikhang
jijhangt
hijhangt
wijhangen
julliehangen
zijhangen
Verleden tijd
hing / hingen
Voltooid deelwoord
hebbengehangen
Gebiedende wijs
hang
Voorwaardelijke wijs
zou hangen
Toekomende tijd
zal hangen