hanteren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
handle
Uitspraak: /ɦɑnˈteːrə(n)/
Voorbeeld
Hij kan de machine goed hanteren.
Vervoeging
ikhanteer
jijhanteert
hijhanteert
wijhanteren
julliehanteren
zijhanteren
Verleden tijd
hanterde / hanterden
Voltooid deelwoord
hebbengehanterd
Gebiedende wijs
hanter
Voorwaardelijke wijs
zou hanteren
Toekomende tijd
zal hanteren