helpen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
helpen
Uitspraak: /ˈɦɛlpə(n)/
Voorbeeld
Kun je me met mijn huiswerk helpen?
Vervoeging
ikhelp
jijhelpt
hijhelpt
wijhelpen
julliehelpen
zijhelpen
Verleden tijd
hielp / hielpen
Voltooid deelwoord
hebbengeholpen
Gebiedende wijs
help
Voorwaardelijke wijs
zou helpen
Toekomende tijd
zal helpen