houden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
houden
Uitspraak: /ˈɦʌu.də(n)/
Voorbeeld
Ik houd van chocolade.
Vervoeging
| ik | houd |
| jij | houdt |
| hij | houdt |
| wij | houden |
| jullie | houden |
| zij | houden |
Verleden tijd
hield / hielden
Voltooid deelwoord
hebbengehouden
Gebiedende wijs
houd
Voorwaardelijke wijs
zou houden
Toekomende tijd
zal houden