huren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
huren
Uitspraak: /ˈhyː.rə(n)/
Voorbeeld
We willen een auto huren voor het weekend.
Vervoeging
ikhuur
jijhuurt
hijhuurt
wijhuren
julliehuren
zijhuren
Verleden tijd
huurde / huurden
Voltooid deelwoord
hebbengehuurd
Gebiedende wijs
huur
Voorwaardelijke wijs
zou huren
Toekomende tijd
zal huren