identificeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
identify
Uitspraak: /idɛnˌtifɪˈserə(n)/
Voorbeeld
De politie kon de verdachte snel identificeren.
Vervoeging
ikidentificeer
jijidentificeert
hijidentificeert
wijidentificeren
jullieidentificeren
zijidentificeren
Verleden tijd
identificerde / identificerden
Voltooid deelwoord
hebbengeidentificerd
Gebiedende wijs
identificer
Voorwaardelijke wijs
zou identificeren
Toekomende tijd
zal identificeren