inbouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
install
Uitspraak: /ˈɪnˌbɑu̯.ə(n)/
Voorbeeld
Ze willen een nieuwe oven inbouwen in de keuken.
Vervoeging
| ik | bouw in |
| jij | bouwt in |
| hij | bouwt in |
| wij | inbouwen |
| jullie | inbouwen |
| zij | inbouwen |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengeinbouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou inbouwen
Toekomende tijd
zal inbouwen
Scheidbaar werkwoord