inchecken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
check in
Uitspraak: /ˈɪnˌtʃɛ.kə(n)/
Voorbeeld
Je moet inchecken voordat je aan boord gaat.
Vervoeging
ikcheck in
jijcheckt in
hijcheckt in
wijinchecken
jullieinchecken
zijinchecken
Verleden tijd
checkte / checkten
Voltooid deelwoord
hebbengeincheckt
Gebiedende wijs
check
Voorwaardelijke wijs
zou inchecken
Toekomende tijd
zal inchecken
Scheidbaar werkwoord