inhalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to overtake
Uitspraak: /ˈɪnˌhaːlə(n)/
Voorbeeld
Ik moet mijn werk inhalen na de vakantie.
Vervoeging
| ik | haal in |
| jij | haalt in |
| hij | haalt in |
| wij | inhalen |
| jullie | inhalen |
| zij | inhalen |
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeinhald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou inhalen
Toekomende tijd
zal inhalen
Scheidbaar werkwoord