inliggen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to lie in
Uitspraak: /ˈɪnˌlɪɣən/
Voorbeeld
De sleutel ligt in de lade inliggen.
Vervoeging
iklig in
jijligt in
hijligt in
wijinliggen
jullieinliggen
zijinliggen
Verleden tijd
liggde / liggden
Voltooid deelwoord
hebbengeinliggd
Gebiedende wijs
ligg
Voorwaardelijke wijs
zou inliggen
Toekomende tijd
zal inliggen
Scheidbaar werkwoord