inmaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
preserve
Uitspraak: /ˈɪnˌmaː.kə(n)/
Voorbeeld
We gaan de groenten inmaken voor de winter.
Vervoeging
| ik | maak in |
| jij | maakt in |
| hij | maakt in |
| wij | inmaken |
| jullie | inmaken |
| zij | inmaken |
Verleden tijd
makte / makten
Voltooid deelwoord
hebbengeinmakt
Gebiedende wijs
mak
Voorwaardelijke wijs
zou inmaken
Toekomende tijd
zal inmaken
Scheidbaar werkwoord