inoefenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to practice
Uitspraak: /ˈɪn.uː.fə.nə(n)/
Voorbeeld
We moeten de dansroutine goed inoefenen voor de show.
Vervoeging
ikoefen in
jijoefent in
hijoefent in
wijinoefenen
jullieinoefenen
zijinoefenen
Verleden tijd
oefende / oefenden
Voltooid deelwoord
hebbengeinoefend
Gebiedende wijs
oefen
Voorwaardelijke wijs
zou inoefenen
Toekomende tijd
zal inoefenen
Scheidbaar werkwoord