inplannen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
schedule
Uitspraak: /ˈɪnˌplɑ.nə(n)/
Voorbeeld
Kun je de vergadering voor morgen inplannen?
Vervoeging
ikplan in
jijplant in
hijplant in
wijinplannen
jullieinplannen
zijinplannen
Verleden tijd
plannde / plannden
Voltooid deelwoord
hebbengeinplannd
Gebiedende wijs
plann
Voorwaardelijke wijs
zou inplannen
Toekomende tijd
zal inplannen
Scheidbaar werkwoord