inregelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
adjust
Uitspraak: /ˈɪnˌreː.ɣə.lə(n)/
Voorbeeld
De technicus moet de apparatuur nog inregelen.
Vervoeging
ikregel in
jijregelt in
hijregelt in
wijinregelen
jullieinregelen
zijinregelen
Verleden tijd
regelde / regelden
Voltooid deelwoord
hebbengeinregeld
Gebiedende wijs
regel
Voorwaardelijke wijs
zou inregelen
Toekomende tijd
zal inregelen
Scheidbaar werkwoord