inrijden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to drive in
Uitspraak: /ˈɪnˌrɛidə(n)/
Voorbeeld
Je moet de nieuwe auto voorzichtig inrijden.
Vervoeging
ikrij in
jijrijdt in
hijrijdt in
wijinrijden
jullieinrijden
zijinrijden
Verleden tijd
rijdde / rijdden
Voltooid deelwoord
hebbengeinrijdd
Gebiedende wijs
rijd
Voorwaardelijke wijs
zou inrijden
Toekomende tijd
zal inrijden
Scheidbaar werkwoord