inslapen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to fall asleep
Uitspraak: /ˈɪnˌslaːpə(n)/
Voorbeeld
Het kind is eindelijk ingeslapen.
Vervoeging
ikslaap in
jijslaapt in
hijslaapt in
wijinslapen
jullieinslapen
zijinslapen
Verleden tijd
slapte / slapten
Voltooid deelwoord
hebbengeinslapt
Gebiedende wijs
slap
Voorwaardelijke wijs
zou inslapen
Toekomende tijd
zal inslapen
Scheidbaar werkwoord