inspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to respond
Uitspraak: /ˈɪnˌspeːlə(n)/
Voorbeeld
De leraar probeert in te spelen op de behoeften van de leerlingen.
Vervoeging
ikinspeel
jijinspeelt
hijinspeelt
wijinspelen
jullieinspelen
zijinspelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengeinspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou inspelen
Toekomende tijd
zal inspelen
Scheidbaar werkwoord