instoppen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to tuck in
Uitspraak: /ˈɪnˌstɔ.pə(n)/
Voorbeeld
Ik ga de kinderen instoppen voor het slapen.
Vervoeging
ikstop in
jijstopt in
hijstopt in
wijinstoppen
jullieinstoppen
zijinstoppen
Verleden tijd
stoppte / stoppten
Voltooid deelwoord
hebbengeinstoppt
Gebiedende wijs
stopp
Voorwaardelijke wijs
zou instoppen
Toekomende tijd
zal instoppen
Scheidbaar werkwoord