instorten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
collapse
Uitspraak: /ˈɪnˌstɔr.tə(n)/
Voorbeeld
Het gebouw dreigt in te storten.
Vervoeging
| ik | stort in |
| jij | stort in |
| hij | stort in |
| wij | storten in |
| jullie | storten in |
| zij | storten in |
Verleden tijd
stortte / stortten
Voltooid deelwoord
hebbengeinstortt
Gebiedende wijs
stort
Voorwaardelijke wijs
zou instorten
Toekomende tijd
zal instorten
Scheidbaar werkwoord