investeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
invest
Uitspraak: /ɪnvɛsˈteːrə(n)/
Voorbeeld
Ze willen in duurzame energie investeren.
Vervoeging
ikinvesteer
jijinvesteert
hijinvesteert
wijinvesteren
jullieinvesteren
zijinvesteren
Verleden tijd
vesterde / vesterden
Voltooid deelwoord
hebbengeinvesterd
Gebiedende wijs
vester
Voorwaardelijke wijs
zou investeren
Toekomende tijd
zal investeren
Scheidbaar werkwoord