inwerken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to train
Uitspraak: /ˈɪnˌʋɛrkə(n)/
Voorbeeld
De nieuwe medewerker wordt deze week ingewerkt.
Vervoeging
ikwerk in
jijwerkt in
hijwerkt in
wijinwerken
jullieinwerken
zijinwerken
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengeinwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou inwerken
Toekomende tijd
zal inwerken
Scheidbaar werkwoord