jagen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
jagen
Uitspraak: /ˈjaː.ɣə(n)/
Voorbeeld
De kat gaat 's nachts jagen.
Vervoeging
| ik | jaag |
| jij | jaagt |
| hij | jaagt |
| wij | jagen |
| jullie | jagen |
| zij | jagen |
Verleden tijd
jaagde / jaagden
Voltooid deelwoord
hebbengejaagd
Gebiedende wijs
jaag
Voorwaardelijke wijs
zou jagen
Toekomende tijd
zal jagen