kalender

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
calendar
Uitspraak: /kaːˈlɛndər/
Voorbeeld
Ik heb de afspraak in mijn kalender gezet.
Meervoud
kalenders