kalmeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
kalmeren
Uitspraak: /ˈkɑlmərə(n)/
Voorbeeld
Ze probeerde de baby te kalmeren.
Vervoeging
ikkalmeer
jijkalmeert
hijkalmeert
wijkalmeren
julliekalmeren
zijkalmeren
Verleden tijd
kalmeerde / kalmeerden
Voltooid deelwoord
hebbengekalmeerd
Gebiedende wijs
kalmeer
Voorwaardelijke wijs
zou kalmeren
Toekomende tijd
zal kalmeren