kans
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
kans
Uitspraak: /kɑns/
Voorbeeld
Je hebt een kans om te winnen.
Meervoud
kansen
Verkleinwoord
kansje