kappen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to cut
Uitspraak: /ˈkɑpə(n)/
Voorbeeld
Ze besloten om de oude boom te kappen.
Vervoeging
| ik | kap |
| jij | kapt |
| hij | kapt |
| wij | kappen |
| jullie | kappen |
| zij | kappen |
Verleden tijd
kappte / kappten
Voltooid deelwoord
hebbengekappt
Gebiedende wijs
kapp
Voorwaardelijke wijs
zou kappen
Toekomende tijd
zal kappen