keren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
keren
Uitspraak: /ˈkeː.rə(n)/
Voorbeeld
Hij moest de auto keren op de smalle weg.
Vervoeging
| ik | keer |
| jij | keert |
| hij | keert |
| wij | keren |
| jullie | keren |
| zij | keren |
Verleden tijd
keerde / keerden
Voltooid deelwoord
hebbengekeerd
Gebiedende wijs
keer
Voorwaardelijke wijs
zou keren
Toekomende tijd
zal keren