kiezen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
kiezen
Uitspraak: /ˈkizən/
Voorbeeld
Je moet een kleur kiezen voor de muur.
Vervoeging
| ik | kies |
| jij | kiest |
| hij | kiest |
| wij | kiezen |
| jullie | kiezen |
| zij | kiezen |
Verleden tijd
koos / kozen
Voltooid deelwoord
hebbengekozen
Gebiedende wijs
kies
Voorwaardelijke wijs
zou kiezen
Toekomende tijd
zal kiezen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
kiezen
Uitspraak: /ˈkizən/
Voorbeeld
De tandarts controleerde mijn kiezen.