kijken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
kijken
Uitspraak: /ˈkɛi.kə(n)/
Voorbeeld
We gaan vanavond een film kijken.
Vervoeging
| ik | kijk |
| jij | kijkt |
| hij | kijkt |
| wij | kijken |
| jullie | kijken |
| zij | kijken |
Verleden tijd
keek / keken
Voltooid deelwoord
hebbengekeken
Gebiedende wijs
kijk
Voorwaardelijke wijs
zou kijken
Toekomende tijd
zal kijken