klaarmaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to prepare
Uitspraak: /ˈklaːrˌmaː.kə(n)/
Voorbeeld
Ik moet het avondeten klaarmaken.
Vervoeging
| ik | maak klaar |
| jij | maakt klaar |
| hij | maakt klaar |
| wij | maken klaar |
| jullie | maken klaar |
| zij | maken klaar |
Verleden tijd
klaarmakte / klaarmakten
Voltooid deelwoord
hebbengeklaarmakt
Gebiedende wijs
klaarmak
Voorwaardelijke wijs
zou klaarmaken
Toekomende tijd
zal klaarmaken