klappen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
klappen
Uitspraak: /ˈklɑpə(n)/
Voorbeeld
Het publiek begon te klappen na het optreden.
Vervoeging
| ik | klap |
| jij | klapt |
| hij | klapt |
| wij | klappen |
| jullie | klappen |
| zij | klappen |
Verleden tijd
klapte / klapten
Voltooid deelwoord
hebbengeklapt
Gebiedende wijs
klap
Voorwaardelijke wijs
zou klappen
Toekomende tijd
zal klappen