kloppen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
kloppen
Uitspraak: /ˈklɔpə(n)/
Voorbeeld
Het klopt dat hij vandaag niet komt.
Vervoeging
ikklop
jijklopt
hijklopt
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen
Verleden tijd
klopte / klopten
Voltooid deelwoord
hebbengeklopt
Gebiedende wijs
klop
Voorwaardelijke wijs
zou kloppen
Toekomende tijd
zal kloppen