kloten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
kloten
Uitspraak: /ˈkloː.tə(n)/
Voorbeeld
Hij zit altijd te kloten met zijn telefoon.
Vervoeging
| ik | kloot |
| jij | kloot |
| hij | kloot |
| wij | kloten |
| jullie | kloten |
| zij | kloten |
Verleden tijd
klootte / klootten
Voltooid deelwoord
hebbengekloot
Gebiedende wijs
kloot
Voorwaardelijke wijs
zou kloten
Toekomende tijd
zal kloten
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
kloten
Uitspraak: /ˈkloː.tə(n)/
Voorbeeld
De kloten van de biljarttafel zijn verdwenen.